include_once("common_lab_header.php");
Excerpt for De Gnorkjes gaan kamperen! by , available in its entirety at Smashwords

De Gnorkjes gaan Kampéren!

Frank Ammerlaan

Over een Vrolijk Volkje

Voorleesboek voor en (deels) door kinderen

Smashwords editie

Eerste versie januari 2019

Copyright 2017 - 2019 Frank Ammerlaan

Visit my free poetry webpage at http://www.poemhunter.com/frank-ammerlaan/

Check out my facebook page https://www.facebook.com/GreenFlockValley/

Omslagontwerp: Frank Ammerlaan

Deze e-book is uitsluitend bestemd voor uw persoonlijk gebruik. U mag deze e-book niet doorverkopen of doorgeven aan anderen. Als u dit boek toch graag wilt delen met iemand anders, koop dan alstublieft een extra exemplaar voor elke ontvanger. Bedankt voor het respecteren van het harde werk van de auteur.

This ebook is licensed for your personal enjoyment only. This ebook may not be re-sold or given away to other people. If you would like to share this book with anyone else, please purchase an additional copy for each recipient Thank you for respecting the hard work of this author.

Inhoud

Voorwoord

Vrede

Verliefd

Naar het Bos

We gaan

Vier seconden, twee bomen

We zijn er

In de tipi

Op avontuur

De tocht

Wegwezen!

Bezorgd

Waar zijn ze?

Het kistje

Meester Klink weet wel wat

De bijzondere ketting

Dit geloof je nooit

Onverwacht bezoek

Een grubbelig verhaal

Begrippen uit het boek

Over de Auteur

Contact

Dit voorleesboek is geïnspireerd door:
Pinkeltje van Dick Laan
Pluk van de Petteflet van Annie M.G. Schmidt
Jip en Janneke zelfde auteur
De GVR van Roald Dahl
dagboek logboek van een loser Jeff Kinney
maar het verhaal staat echt geheel op zichzelf.
Ik nodig u graag uit om het uw kinderen
voor te lezen.

Dit verhaal begint met een rijmpje
over een grote groene vallei.
Daar woont een stoer en dapper volkje
helemaal gelukkig, veilig en vrij.

Voorwoord

Hallo lieve mensen! In deel 1 hebben we gelezen over de Gnorkjes, het Spinnenvolk en hoe de twee volkjes weer vriendjes werden. Gratje de Nimf van het Spinnenvolk en de kindertjes speelden hierin een belangrijke rol!

Het verhaal houdt echter niet op bij deel 1. Na het succes van deel 1 volgt nu De Gnorkjes deel 2. In deel 2 gaan we verder nadat het in deel 1 weer eventjes ophield.

In deel 2 gaan onze dappere kindertjes samen met hun ouders kampéren. Met de ossenkar trekken ze eropuit naar een fijne kampeerplek. Zo’n ossenkar kan best wel hárd gaan. Papa Gnork let erop dat ze niet té hard naar de kampeerplek gaan! De twee bomen mogen niet harder gaan dan vier seconden.

Ook staan er in dit boek weer nieuwe tekeningen, afbeeldingen en plaatjes. Die helpen je om een beeld te krijgen van hoe hun wéreld er nu uit ziet! Helaas hebben ze geen fototoestel dus kunnen ze geen foto’s sturen.

Gelukkig kunnen Andy, Cindy en Daniëlle en hun papa wel een beetje tékenen. Dat doen ze dan ook! Naar hartenlust. In het boek staat dan ook weer de nodige Gnorktekeningen.

Ik wens u veel (voor)leesplezier.

Vrede

En toen... was het vrede
iedereen lief voor elkaar
geen tranen, geen drama
Geen geruzie, hier of daar

De spinnen waren zeer vriend'lijk
tegen 't lieve Gnorkenvolk
Dit ondanks hun grote kracht
Wie had dat ooit gedacht?

De generaal had het rustig
Had weer tijd voor zichzelf
Hij zocht weer naar vlinders
maar vond zijn lieve elf

Verliefd

Ahhh, de liefde! Er voelt niets zo mooi als dat. Vlinders in je buik, de hele wereld is fantastisch! Je kunt alleen maar aan die ene persoon denken. Ben jij wel eens verliefd geweest?

Nou, Grumpfh nog niet hoor. Of zullen we hem maar gewoon Leonard noemen? Leonard was nog nooit verliefd geweest. Daar had hij geen tijd voor. Hij was alleen maar de vallei aan het verdedigen. Maar ja, dat was nu niet meer zoveel werk. De spinnen en de Gnorkjes waren nu vriendjes. Ze kochten en verkochten van alles aan elkaar.

Soms gingen ze naar elkaar toe, alleen maar om te praten. Nou ja, praten. Ze moesten dan alles opschrijven. De Gnorkjes konden niet sissen zoals de spinnen. De spinnen konden weer niet praten als de Gnorkjes.

Ze konden wel schrijven. Ja, op papier. Brieven schrijven. Ze hadden geen computers, ook geen tablets. Ook tekeningen maken konden ze erg goed. Kunnen jullie een mooie tekening maken? Heb je dat op school geleerd?

Nou, Leonard ook, hoor. Zijn hele huis hing vol met mooie tekeningen. Het waren er zoveel, dat je geen behang meer zag. Alleen maar tekeningen. Hij kon mooi vlinders natekenen. Maar ja, hij was alleen maar in zijn eentje. Vriendjes had hij niet echt. Wel een hele lieve buurvrouw. Een knappe jonge mevrouw.

Eigenlijk wilde hij wel een kopje thee met haar gaan drinken. Maar ja, hij durfde niet echt met haar te praten. Hij vond zichzelf niet zo knap. Ook was hij veel ouder. Wat moest zij wel niet denken? Hij kon toch niet zomaar met haar gaan praten? Zij was veel jonger dan hij! Tot op een dag ...

Leonard kwam net thuis van een vergadering met de ministers. Zijn buurvrouw ging juist weg. Ze ging nog gauw boodschappen doen en had haast. Ze hadden allebei haast... Oh Oh, klinkt als een recept voor een ongeluk! En ja hoor, ze botsten hard tegen elkaar aan. Leonard lette natuurlijk weer eens niet op! "Oeh!" zei Leonard. "Ooh", zei zijn buurvrouw. "Sorry hoor" zei Leonard snel. "Ik was een beetje druk vandaag." "Geeft niet" zei de buurvrouw heel lief en zacht.

Hee, dacht Leonard, wat een lief stemmetje heeft ze. Voor hij er zelf erg in had, bood hij aan om te helpen met de boodschappen. Dat vond de buurvrouw wel een goed ideetje. Ze had namelijk veel boodschappen die ze ging kopen.

En tsja, na het boodschappen doen even een kopje thee drinken samen natuurlijk ... Zo ontdekte Leonard dat zijn buurvrouw Elfje heet. Ze was vernoemd naar een mythisch volkje van wezentjes die volgens sprookjes in het Grubbelwoud wonen.

Na een kopje thee drinken bleef Leonard ook eten bij Elfje. Na het eten hielp hij met de afwas. Toen wilde hij Elfje wel een klein kusje geven. Voor het lekkere eten, natuurlijk. Elfje ging blozen. Ze wilde Leonard ook wel een kusje geven.

Dat werd dus zoenen geblazen. De rest zal ik jullie niet vertellen. Maar het is wel duidelijk, dat hier iets moois op bloeide.

Naar het bos

Vakantie! Eindelijk! De kinderen hebben vrij van school. Nog beter, papa heeft ook vrij! Hij hoeft niet meer te griebelen in de Gribusmijn. Daardoor had mama ook vrij van het huishouden. Dat kon papa dan mooi een poosje doen. Helpt jullie papa mee in het huishouden? Wel zo eerlijk, toch?

Anders heeft mama nooit echt vakantie. Denk je dat ze het leuk vindt om alleen maar sokken te wassen en vloeren te schrobben? Je mag mama altijd helpen. Papa ook, hoor. Zolang het maar niet gevaarlijk is. De Gnorkjes zijn altijd heel voorzichtig. Ze houden niet van gevaarlijk. Daar komen alleen maar problemen van, van gevaarlijk.

Maar, sommige dingen zijn spannend en niet gevaarlijk. Een reisje naar het bos bijvoorbeeld. Een weekje kamperen is ook niet gevaarlijk. Als je het maar veilig doet. Heb jij wel eens gekampeerd? Vond je het leuk? Andy en Cindy hadden wel eens gekampeerd. Daniëlle ook. Alleen was ze toen zo kort (niet klein, maar kort). Ze kan het zich niet meer herinneren.

Kamperen gebeurt niet vanzelf. Eerst moet je ernaar toe gaan. Daarvoor moet je weten waar je heen wilt. Papa wilde graag kamperen in het bos. Papa houdt van bomen. Mama niet. Mama vindt ze zelfs een beetje eng.

Mama wilde lekker zonnen in het gras. Andy wilde naar het Grubbelwoud. Daar zijn ook bomen en veel diertjes. Cindy wilde graag zwemmen. Daniëlle begreep dat wel, dat Cindy wilde zwemmen. Ze had toch zwemles gehad? Zwemmen was leuk. Andy wilde naar diertjes zoeken in het woud. Dat was dus best lastig kiezen.

Gelukkig wist papa wel een plekje naast het bos met veel gras. Het is vlakbij het Grubbelwoud en het Jennymeer. Dan kon iedereen doen wat hij wilde. Daniëlle vond dat wel een slim ideetje van haar papa. Zij gaf hem er zelfs een klein kusje voor, op de wang. Geef jij papa of mama wel eens een klein kusje als ze lief zijn? Of is dat niks voor jou?

Papa zei wel dat ze op tijd weg moesten, voor dat plekje. Misschien zijn er wel meer Gnorkjes die tegelijk bij het meer, het bos en het woud willen kamperen. Straks staat er al iemand. Misschien is het wel druk op het landweggetje. Allemaal redenen om snel te zijn.

Afbeelding: Het huis van de Gnorkjes

Papa en mama gingen dan ook onmiddellijk inpakken. De kinderen gingen snel opruimen want er lag overal speelgoed. Daarna gingen ze buiten spelen. Zo hadden papa en mama de ruimte. Papa en mama wilden persé alles zelf inpakken. Dan wisten ze straks waar alles was. Dan wisten ze zeker dat alles meeging.

Maar, de kinderen hielpen dus eigenlijk ook. Weet je hoe? Nou, inpakken is best lastig als er overal speelgoed op de vloer ligt. Door op te ruimen hielpen ze dus ook mee. Je kan dus altijd papa of mama helpen door op te ruimen.

Tijdens het inpakken dacht Andy weer aan de heerlijke Gnorkekoekjes in de koekpot in de keuken. Hij sloop stilletjes naar de keuken toe. Mama was zo druk, die had toch niks door. Dacht Andy. Andy sloop verder naar de keuken. Snel liep hij naar de keukentafel... oh oh.

Geen koekjespot. Wel een briefje. Wat denk je dat daarop stond? GEEN KOEKJES SNOEPEN! LIEFS MAMA. Tsja... Beteuterd liep Andy naar buiten. Langs een grinnikende mama.

Na het inpakken ging iedereen slapen. Papa zette nog één keer zijn wekkertje. Hij wilde om half zes opstaan. Andy kon dat ook wel. Dat deed hij wel vaker. Dat had mama ook wel gemerkt. Hij zou Cindy en Daniëlle wel wakker maken.

We gaan

Ttrrringgg ... ttrrrinngg... Cindy hoorde het duidelijk. Papa's wekker ging. Ze sprong overeind! Eigenlijk was ze al een uur wakker. Of zoiets. Ze had er niet op gelet. Het was ook allemaal zo spannend. De reis ernaar toe. Zouden ze op tijd zijn?

Ze holde uit haar kamer en bonsde op Andy's deur. "Wakker worden! Wakker worden!" schreeuwde ze. "Lameslape" mompelde Andy. Geen kans. Cindy opende de deur, holde zijn kamer in en sprong zó op zijn bed. "Kamperen! kamperen!" gilde ze bijna. "Rustig! Rustig!" zei mama. Ze lachte. Cindy was een goede wekker voor Andy.

Daniëlle werd nu ook enthousiast. "Gaan we al?" riepen zij en Cindy in koor. "Nou, gaan jullie eerst maar eens wassen en aankleden" zei mama. Ondertussen zette papa het ontbijt klaar. Mam kookte ondertussen de Gnorkepap. Dat wilde papa eigenlijk ook wel doen. "Jij hebt tenslotte ook vakantie" zei papa nog. Maar, mama was onverbiddelijk. "Laat mij dat maar doen, dat is sneller" zei ze lief.

Daar kon papa niets tegen inbrengen. Als mama iets lief zei dan ging hij altijd een beetje blozen. Dat was al heel lang, hoor. Eigenlijk altijd al. Vanaf het eerste moment dat hij haar zag.

Mama vond het wel lief dat papa wilde helpen, maar ja. Papa kliedert altijd zo, als hij aan het koken is. En hij vergeet dingen. Kan jouw papa koken zonder dat het kliedert? Vergeet hij dan het zout? Of de suiker? Of bouillon in de soep?

De kinderen kwamen één voor een naar beneden. Ze konden zo aanschuiven aan de Gnorkepap. En ja, met echte lekkere pure chocolade en veel suiker. Niet te veel suiker, natuurlijk. "Te veel" is niet goed. Dat geldt voor alle woorden met het woordje "te" ervoor. Ze gaan eigenlijk altijd over iets dat niet zo goed of handig is. Behalve tevreden. Tevreden is altijd goed.

"Gaat het lang duren?" vroeg Daniëlle. Ze bedoelde de reis. "Zijn de zwemspullen ingepakt?" vroeg Cindy. "Ik heb mijn spoorzoek-spullen al klaar" zei Andy. Dat konden Cindy en Daniëlle wel zien. Andy had alles al bij, maar ook aan zich hangen. Zelfs terwijl hij aan tafel zat. Mama zei daar niets van. Mama had immers ook vakantie.

Toen papa naar beneden kwam ging hij gelijk alles in de kar leggen. Ze gingen op reis met een kar met twee ossen ervoor. Weet je wat ossen zijn? Het zijn stieren die gebruikt worden om dingen te trekken. Deze twee ossen trokken dus de kar waar iedereen in kon zitten. Met alle spullen erbij.

Nou, dat vond Cindy wel stoer. Ze hield van de dieren. Daniëlle ook. Andy vond het stoer. Hij mocht vast wel helpen om de ossen te sturen. Dat hoopte hij dan. Hij zou er snel achter komen.

Afbeelding: De os van de ossenkar

Vier seconden, twee bomen

Na het eten gingen ze al snel op pad. Er was nog geen Gnork te zien. Dat zou over een uurtje of twee wel anders zijn, zei mama. Nu konden ze lekker vlot doorrijden, zei papa.

Ze reden de standaard twee bomen in vier seconden. Da's best vlot voor een ossenkar. Om de snelheid te meten, telden de Gnorkjes altijd hoe snel ze twee grote bomen konden passeren. De takken van de bomen mochten elkaar dan net niet raken. Hoe controleert jouw papa of mama hoe hard ze rijden?

De Gnorkemeisjes zaten lekker dicht onder de deken, tegen mama aan. Het was nog fris. Andy zat niet onder de deken. Hij was stoer en had het niet k..k..koud. Andy zat naast papa op de kar. Hij keek zijn ogen uit. Zoveel diertjes. Misschien zat er wel een Grubbeleekhoorn tussen! Die zijn erg zeldzaam. Je zag ze overdag niet, maar het was nu nog erg vroeg.

Het was een mooie rit. De zon kwam op boven de bergen en gaf een mooi rood-geel licht. En warmte! Er waren bijna geen wolken. Wat er wel was, was veel dauw. Weet je wat dat is? Waterdruppels op de planten en 't gras 's ochtends vroeg. Ze reden tussen de bomen over het pad. Het rook er erg naar natte klei, dennennaalden en boombladeren. Af en toe sprong er een diertje weg.

Ineens hoorden ze het: "BBrrummm BBrrummm Broem! BBrrummm BBrrummm Broem! BAM! BAM! rinkel kinkel kling! BBrrummm BBrrummm Broem!" Wat was dat voor gek geluid? Het klonk steeds harder. Het kwam dichterbij!

Toen het vlakbij was zette papa de ossenkar maar even aan de kant. Dan konden ze het voorbij laten gaan, zei hij. Wat het ook was. Andy vond het niet leuk. Die herrie joeg alle vogeltjes en diertjes weg.

Ineens zagen ze het. Het was echt heel raar. Een ossenkar zonder ossen. De voorwielen waren erg klein en de achterwielen juist weer erg groot. Achterop de kar stond een grote machine. Het leek wel op de kolenpomp die professor Snif bedacht had. Maar... verhip! Dat was professor Snif! "Goede ... " riep papa nog.

Verder kwam hij niet. "Opzij pas op!" riep de professor. Broem! Weg was hij weer. Papa wilde goedemorgen zeggen maar dat ging niet. De professor was al weer wegge-BBrrummm't. Da's geen echt woord, maar ja. Hoe noem je zoiets anders?

Afbeelding: Professor Snif in zijn ... tsja .. wat is het?

Andy probeerde de seconden tussen de bomen te tellen. "Vergeet het maar, te snel" zei papa. "Kom, we gaan". Papa was nog steeds verbaasd. Waar was die Snif nu weer mee bezig? Altijd die rare plannetjes. Zo kwam hij ook aan zijn naam.

Hij had ooit een medicijn tegen verkoudheid bedacht. Tegen het hoesten. Daar kan ik je een ding over zeggen. Het was géén groot succes.

We zijn er!

Onze Gnorkjes waren er gewoon helemaal stil van. Gelukkig reed hij ook weer hard weg. De rust was al snel terug in het bos. Andy ging weer op de bok zitten. Da's de bank waar de berijders op zitten. Papa reed weer verder. Een stuk rustiger dan eerst. Hij reed nu met ongeveer zes seconden.

Onderweg zagen ze nog iets anders bijzonders, een verliefd vismannetje en visvrouwtje. Vismensjes zijn net ietsje kleiner dan Gnorkjes. Je ziet ze niet zo heel vaak. Ze leven in het Jennymeer en eten waterplanten. Soms komen ze aan de oever om riet te kappen. Volgens papa maken ze daar suiker van.

Dit vismannetje en -vrouwtje waren aan het zoenen! "Hé getsie!" zei Daniëlle. "Gaaf!" zei Cindy. Cindy vond vismannetjes leuk. Ze had er laatst ook eentje getekend. Die hangt thuis naast de tekening van Elsa de ijskoningin. Andy vond het wel leuk maar ook een beetje raar. Papa en mama keken elkaar ook een beetje raar aan. Papa leek weer eens te blozen, maar mama nu ook! Nou ja! Kijkt jouw papa wel eens verliefd naar jouw mama?

Tegen het einde van de middag kwamen ze op de kampeerplek aan. Er was nog een plaatsje vrij! Vlakbij een waterput. Da's altijd handig. "Kijk, bloemen!" riep Cindy. Er groeiden mooie bloemetjes vlakbij de kampeerplek. Ze hadden allemaal verschillende kleuren. De bomen waren ook mooi. Die hadden warme rode, of juist groene bladeren. In sommige bomen hingen rode of gele vruchten. Er hing een heerlijke geur als van lentebloesem en een zacht briesje deed het gras dansen. Er waren ook veel bijtjes. De plek leek wel betoverd.

Papa, mama en Andy gingen snel alles uitladen. De meisjes gingen bij de bloemen kijken. "Voorzichtig voor de bijtjes" riep mama. Cindy en Daniëlle reageerden niet. Ze begonnen voorzichtig bloemetjes te plukken. "Voor bij de woontipi" hoorden ze Cindy mompelen. Die waren papa, mama en Andy aan het opzetten. Het was een hele grote met mooie kleuren aan de buitenkant. De Gnorkjes hadden ook slaaptipi's. Die zijn alleen om in te slapen. Die zijn dus kleiner.

Weet je wat een tipi is? Wij mensen kennen het ook. Het is een tent die de Indianen in Noord-Amerika vroeger gebruikten. Je kunt hem snel opzetten. Bij de Gnorkjes heeft de doek van de tipi lange ronde lussen langs de zijkanten. Door deze lussen steek je dan lange stokken die erbij horen. Daarna zet je de stokken overeind en dan heb je een tipi.

De woontipi van de Gnorkjes is wel anders dan van de Indianen. Hij is ook breder aan de onderkant. Dan hadden ze meer plek binnen. In het midden staat een kachel. Daarmee werd de tipi warm en konden ze eten koken. Of water, voor een kopje muntthee. Heb je wel eens muntthee gedronken? Het smaakt naar pepermunt.

Aan de buitenkant langs de tipi groef papa altijd een greppeltje. Als het regent komt daar dan het regenwater in. Blijft de woontipi mooi droog. Aan de binnenkant was de woontipi verrassend groot. Wat daar allemaal in kan. Je gelooft me vast niet. En warm en knus dat het is. Ze legden altijd droge warme kleedjes en zachte kussens op de vloer. Voor daaronder hadden ze rieten matten. Ook hadden ze een tafeltje om in de woontipi te zetten, zonder stoeltjes. Stoeltjes hebben ze met al die kussentjes toch niet nodig.

Verder was er een kistje voor de spulletjes. Ook hadden ze hangzakken aan de binnenwand. Voor nog meer spulletjes. Daarin sliep dan Livia, de pop van Daniëlle. En Einstein, die beer van Daniëlle. Ook was er nog poppie en Mila. Allemaal poppen en berenvriendjes van Daniëlle. Laten we maar zeggen dat Daniëlle een eigen woonhoekje heeft in de woontipi met allemaal eigen woonspulletjes. Cindy had ook spulletjes, en Annabel, en Dolfi de speeldolfijn. Heb jij ook leuke spulletjes voor jezelf?

Andy had ook spulletjes, maar veel daarvan was voor buiten. Andy ging altijd op avontuur. Hij wilde ook belangrijke dingen ontdekken, net als Gratje. Alleen was Gratje er nu niet bij. Cindy en Daniëlle gelukkig wel. Die waren de vorige keer nog te kort om mee te gaan. Niet te klein maar te kort. Toen ging Andy nog alleen, met papa. Deze keer niet ...

Afbeeldingen: woontipi

In de tipi

De woontipi was altijd snel opgezet. Alle spulletjes inruimen duurde alleen wel wat langer. Gelukkig konden ze sommige spulletjes ook gewoon in de ossenkar laten liggen. Niemand die er aan kwam. Er waren geen dieven. Ze hadden niet alles nodig.

's Avonds gingen ze lekker rond de warme kachel zitten. Met een deken over zich heen. Die hadden ze niet nodig hoor. De kachel was warm genoeg. Dat vonden ze gewoon gezellig. Zolang Cindy en Andy maar niet naast elkaar zaten. Die kregen altijd een beetje ruzie. Dat vond papa dan weer geen goed idee, ruzie maken op vakantie.

Cindy zat te tekenen op het tafeltje. Mama las een boek en zat naast Cindy. Papa zat in het vuurtje van de kachel te kijken. Hij droomde een beetje voor zich uit. Misschien over wat ze morgen zouden gaan doen? Daniëlle kletste met haar poppen- en berenvriendjes. Ze hadden een theefeestje. Allemaal kopjes en dingetjes en een eigen kleine tafeltje.

"Wil je niet een eigen woontipi hebben?" vroeg Andy aan Daniëlle. "Heb ik toch ook?" Zei Daniëlle. Toen pas zag Andy het. Daniëlle had onder de deken haar eigen kleine woontipi gemaakt. Dat vond Andy wel stoer. "Mag ik er ook bij?" vroeg Andy. "Dat past niet" zei Daniëlle "Maar je kan toch je eigen woontipi maken? Dan maken we een tipitunnel!. Dan wil Einstein wel bij jou logeren, toch Einstein?"

Soms als Gnorkjes samen gingen kamperen, verbonden ze twee tipi's aan elkaar met een tunnel met doeken. Of ze zetten de achter openingen tegen elkaar aan. Een Gnorktipi heeft altijd twee openingen. Wat als er brand is bij de ingang? Dan kun je altijd naar buiten toe. Da's veiliger, vinden ze. Weet jij waar je naar buiten kunt als er brand is in huis? Oefen je wel eens op school? Vaak moet dat van de brandweer. Ook op kantoor.


Purchase this book or download sample versions for your ebook reader.
(Pages 1-12 show above.)