Excerpt for Op zoek naar de Dionsaurus (dinosaurus kinderboek) by , available in its entirety at Smashwords


Op zoek naar de Dionsaurus

Remco op den Dries

Copyright [2017] Remco op den Dries




Inhoudsopgave

 

1. De Dino in het bos.

2. Nog een keer naar het bos

3. De Dino in de schuur

4. Naar de dierentuin

5 De Dinospeeltuin

6 Het bos van de Dionsaurus

7 Opa ziet de Dionsaurus

8 De Dinogrot ontdekt

9 Het echte Dinobos

10 Het huis van de man

11 Aangevallen

12 Nog een ei

13 De ouders van de Dionsaurus

14 De jonge brachiosaurus

15 De nacht in het dinobos

16 Weer Thuis

 


















1. De Dino in het bos.

 

Dion is een jongetje van 5 jaar oud, die later als hij groot is dinosaurussen wil onderzoeken. Elke dag na school is hij thuis in de tuin al aan het zoeken, of hij een dinosaurus kan vinden.

Alleen....tot nu toe heeft hij er nog niet één gezien.

 

Zoals zo vaak gaat Dion vandaag weer met opa, met de auto naar het bos om te spelen en kastanjes te zoeken. Ze hebben een grote mand meegenomen om de kastanjes in te doen. Na een uurtje zoeken hebben Dion en zijn opa al heel veel kastanjes gevonden en zit de mand bijna vol. ‘Wacht maar even,’ zegt opa, ‘ik heb nog een mand in de auto, die haal ik wel even op’.

 

Opa gaat naar de auto de mand ophalen en Dion gaat nog verder zoeken naar kastanjes. ‘Ohh!!,’ zegt Dion tegen zichzelf, ‘daar zie ik een grote kastanje liggen’. Hij loopt er naar toe en gaat door de knieën om de kastanje op te pakken. Dion bekijkt de kastanje beter en denkt...’maar...maar dat is helemaal geen kastanje? Dat is een ei... maar wel een heel groot ei. Die is niet van een kip of een eend, deze is zelfs groter dan een struisvogelei.

Dit is....een dinosaurusei. Maar dinosaurussen bestaan toch niet meer?’ Op dat moment voelt Dion wat gesnuif in zijn nek en hoort hij iemand aan komen lopen. Dat is vast opa, die er weer is met een nieuwe mand. Opa is heel verkouden dus hij snuift een beetje. Hij roept al vrolijk, ‘dag opa daar ben je weer.’ Dion draait zich om en hij kijkt recht in het gezicht van een dinosaurus. Maar deze dinosaurus heeft hij in al zijn boeken thuis nog nooit gezien.

 

Dion is niet bang voor de dinosaurus, deze kijkt hem ook heel vriendelijk aan. ‘Dag,’ zegt Dion tegen de dinosaurus, ‘hoe heet jij?’

 

De dinosaurus kijkt verbaasd naar Dion en zegt terug, ‘ik weet niet hoe ik heet.’ ‘Wat voor een dinosaurus ben je dan?’ vraagt Dion. ‘Dat weet ik ook niet,’ zegt de dinosaurus. ‘Ik heet Dion.’ ‘Wat een leuke naam,’ zegt de dinosaurus, ‘had ik maar een naam.’ ‘Hmmm...mag ik jou dan een naam geven?’ zegt Dion, ‘dan noem ik je Dionsaurus.’ ‘Dat is goed,’ zegt de dinosaurus, die blij is dat hij eindelijk een naam heeft.

 

Op dat moment hoort Dion weer voetstappen. Ohh, dat is opa die de mand heeft opgehaald uit de auto! De Dionsaurus hoort het ook, zegt tegen Dion, tot de volgende keer en rent weg het bos in. Dion gooit gauw wat bladeren over het ei heen voordat opa er is. ‘Dag Dion,’ zegt opa, ‘nog veel kastanjes gevonden?’ ‘Ja hoor opa, heel veel en hele grote.’ Dion en opa maken gauw de nieuwe mand vol met kastanjes en gaan naar huis. Voordat ze weg gaan kijkt Dion nog één keer om zich heen of hij de Dionsaurus ziet, maar hij ziet niks. ‘Wat is er,’ vraagt opa? ‘Niks hoor, ik ben gewoon een beetje aan het rond kijken,’ zegt Dion. Thuis bij mama en papa zetten ze de manden met kastanjes in de schuur neer. Ze drinken nog wat en daarna gaat opa naar huis.

 









2. Nog een keer naar het bos

 

De hele week is Dion aan het denken, over de Dionsaurus en over het ei wat hij gevonden heeft. Een aantal dagen later komt opa weer langs. ‘Opa,’ vraagt Dion, ‘zullen we dit weekend weer naar het bos gaan om kastanjes te zoeken?’ ‘Nog meer kastanjes?’ vraagt opa. ‘Heb je er nog niet genoeg.’ Dion denkt snel na en zegt, ‘nee want ik ben een kasteel aan het maken van de kastanjes en dan heb ik er nog veel meer nodig.’ ‘Goed dan,’ zegt opa, ‘dan gaan we dit weekend weer naar het bos.’

 

Zaterdagochtend komt opa, Dion ophalen om samen naar het bos te gaan. Dion staat al voor het raam te kijken als opa er aan komt. Hij trekt snel zijn jas aan, rent naar buiten naar de auto van opa en stapt vlug in. ‘Kom we gaan,’ zegt Dion. ‘Even rustig!’ zegt opa. ‘Heb je mama en papa gezegd dat je weg gaat?’ ‘Ehhh, nee,’ zegt Dion, ‘dat...’.Opa onderbreekt hem en zegt, ‘snel even naar binnen en zeggen dat je weg gaat met mij.’ Opa had de mama van Dion al lang voor het raam zien staan, maar dat heeft hij Dion niet gezegd. Na twee minuten komt Dion weer bij opa in de auto en hij heeft zelfs van mama 2 koeken en 2 flesjes drinken meegekregen. Één voor hem en één voor opa.

 

Na 15 minuten rijden in opa’s auto zijn ze weer in het bos aangekomen. Dion stapt snel uit en kijkt wild om zich heen. ‘Wat is er toch?’ vraagt opa. ‘Niks,’ zegt Dion, ‘ik ben gewoon blij dat ik weer in het bos ben.’ Opa pakt gelijk de twee manden uit de auto om de kastanjes in te doen. Dion rent het bos in, alvast op zoek, niet naar kastanjes maar naar de Dionsaurus.

 

Hij rent zo snel als hij kan naar de plek waar hij de vorige keer het dinosaurus ei gevonden had . Op die plek aangekomen, ziet hij dat de bladeren die hij de vorige keer over het ei had gegooid, weg zijn en dat het ei er ook niet meer ligt. Op dat moment komt opa er aan. ‘Daar ben je Dion, ik zocht je al. Je moet niet zomaar weg lopen. Straks verdwaal je nog. Wat moet ik dan tegen mama en papa zeggen, als ik zonder jou thuis kom,’ zegt opa een beetje boos. ‘Kom we gaan kastanjes zoeken, kijken hoe snel we de manden vol kunnen krijgen voor je kastanjekasteel’. Tijdens het zoeken naar kastanjes blijft Dion goed om zich heen kijken of hij iets ziet van de Dionsaurus. Maar hoe voller de manden worden, hoe minder Dion om zich heen kijkt. Hij denkt, ‘die Dino is al lang weg en die zie ik nooit meer.’

 

Als ze de manden bijna vol hebben begint het heel hard te regenen. ‘Kom Dion naar de auto anders worden we heel nat,’ roept opa. Ze rennen naar de auto. Bijna bij de auto aangekomen ziet Dion voor hem tussen de bomen iets naar hem kijken. Hij kan niet goed zien wat het is en stopt met rennen om het beter te kunnen bekijken. ‘Wat doe je nou Dion,’ roept opa, ‘kom op doorlopen anders wordt je ziek.’ Dion twijfelt, maar hij luistert toch maar naar opa.

 

Als hij in de auto zit kijk Dion naar de plek waar hij net iets zag, maar het is al weg. Hij weet het nu echt niet meer, heeft hij de Dionsaurus nou wel of niet gezien. Opa en Dion rijden naar huis en behalve de regen begint het ook te onweren. Dion heeft het gevoel dat de Dionsaurus hen volgt, telkens ziet hij in de flitsen van het onweer heel kort de Dionsaurus. Plotseling roept Dion zonder dat hij het door heeft, heel hard en blij.’Hij volgt ons!!!’ ‘Wie volgt ons?’ vraagt opa. ‘Niemand,’ schaterlacht Dion. ‘Helemaal niemand.’

 

Thuis aangekomen heeft mama snel wat warme chocolade melk gemaakt, met heel veel slagroom daar bovenop. Maar eerst moet Dion droge kleren aan, omdat ze best wel nat zijn. ‘Tja,’ zegt opa tegen Dion’s mama, ‘hij gaat zomaar midden in de regen stil staan en kijkt een beetje voor zich uit.’ Dion roept snel, ‘Ja maar daar was een....’. Dion stopt met praten. Nu heeft hij bijna verklapt dat hij een dinosaurus heeft gezien die hij ook nog Dionsaurus heeft genoemd.

 

Papa, mama en opa kijken hem aan. ‘Wat heb je dan gezien Dion?’ vraagt mama. Dion zegt niks, hij weet nu niet wat hij moet zeggen. Papa weet dat Dion dol is op dinosaurussen en zegt voor de grap. ‘Jij hebt vast een dinosaurus gezien, anders zou je niet midden in de regen stil gaan staan.’ ‘Ja, zegt Dion dat heb ik gezien een dinosaurus een hele grote.’ Iedereen lacht, en Dion krijgt van papa een aai over zijn bol.

 


3. De Dino in de schuur

 

Een paar uur later als opa weg is en Dion in bed ligt, denkt hij er weer over na. ‘Zal ik de Dionsaurus nog weer zien, misschien weet hij nu waar ik woon.’ Het regent nog steeds heel hard buiten en de takken van de boom voor Dion’s slaapkamer slaan tegen het raam. Uiteindelijk valt Dion dan toch in slaap en begint te dromen over de Dionsaurus, die in het kastanjekasteel gaat wonen en dat hij elke dag daar gaat spelen en op onderzoek uit gaat om nog meer dinosaurussen te vinden.

 

Plotseling shrikt hij wakker van een harde knal. Dion zit rechtop in bed en hoort dat het nog steeds regent. ‘Die rottak tegen het raam aan te slaan,’ denkt hij. Dion gaat weer liggen en probeert weer te slapen. Na 5 minuten hoort hij weer een tik tegen het raam, maar dan een stuk zachter en dan weer één en nog één. Dion stapt zijn bed uit en loopt naar het raam. Hij doet de gordijnen een stukje open. Maar in plaats dat hij de boom ziet, ziet hij twee grote ogen naar binnen kijken. Hij doet snel het raam open en roept vrolijk ‘daar ben je weer Dionsaurus. Kom snel binnen anders word je zo nat van de regen.’ ‘Dat kan toch niet,’ zegt de Dionsaurus, ‘ik ben toch veel te groot om door het raam te kunnen.’ ‘Dat is waar,’ zegt Dion. ‘Maar je past wel in onze schuur. Ik kom snel naar beneden en laat je zien waar dat is.’

 

Dion doet het slaapkamerraam weer dicht. Hij loopt naar zijn slaapkamerdeur en doet deze zachtjes open en weer dicht en loopt op zijn tenen naar beneden. Omdat het regent doet Dion zijn laarzen aan. ‘Gelukkig, de sleutel zit in de deur.’ Hij draait deze om, doet de deur open en loopt naar buiten. In het donker ziet Dion de Dionsaurus staan en zegt, ‘kom maar mee, dan gaan we naar de schuur.’ Dion doet de schuurdeur met de sleutel open en gaat naar binnen.

 

‘Kom maar naar binnen Dionsaurus,’ fluistert Dion. De Dionsaurus bukt om door de deur te kunnen en gaat de schuur binnen. Nu ziet Dion pas hoe groot en de Dionsaurus is. ‘Hij is wel 2 keer zo groot als papa,’ denkt Dion. En wat is hij mooi. Hij heeft 2 poten, 2 armen en een lange nek, net als een giraffe, maar dan met een rond hoofd, met twee hele mooie grote ogen. In het licht van de schuurlamp glinstert de groene huid van de Dionsaurus. ‘Wat ben je mooi,’ zegt Dion. De Dionsaurus wordt heel verlegen en krijgt er rode blosjes van op zijn wangen. Hij buigt zijn hoofd voorover en durft even niks meer tegen Dion te zeggen. ‘Je mag hier vannacht wel blijven slapen, dan haal ik een deken op en een kussen, dan hoef je niet buiten in de regen te slapen.’ De Dionsaurus kijkt Dion aan maar twijfelt. Hij laat zijn hoofd zakken en zegt, ‘ik zou hier vannacht heel graag blijven slapen maar ik moet terug naar het bos, om op de eieren te passen.’

 

‘Ben je...ben je een meisje dan,’ vraagt Dion. ‘Nee,’ zegt de Dionsaurus, ‘een jongetje, maar de eieren zijn door mijn moeder gelegd.’ ‘Je moeder mag hier ook wel slapen, samen met de eieren.’ Terwijl Dion dat zegt, zakt het hoofd van de Dionsaurus weer naar beneden. ‘Ik ben mijn moeder kwijt,’ fluistert de Dionsaurus. ‘Maar ik moet nu echt weer terug naar het bos.’ Terwijl de Dionsaurus dat zegt loopt hij de schuur al uit naar buiten. Dion roept hem nog achterna, ‘zie ik je nog een keer terug?’ Maar de Dionsaurus is al in het donker verdwenen.

 

Plotseling hoort hij weer een knal. ‘Ohh nee, het is de achterdeur, papa komt er aan.’ Met grote passen loopt de vader van Dion naar de schuur, halverwege het huis en schuur roept hij heel boos, ‘Dion wat doe jij midden in de nacht in de schuur.’

 

Dion is stil, wat moet hij daar op zeggen. ‘Nou.....,’ zegt de vader van Dion terwijl hij voor hem in de schuur staat. Dion besluit om maar de waarheid te vertellen. ‘Papa, er klopte een dinosaurus op mijn raam en het regende heel hard en toen mocht die dinosaurus wel in de schuur slapen,van mij. Maar toen ging hij snel weg, terug naar het bos, waar ik hem ook gezien had, toen ik met opa kastanjes aan het zoeken was.’


Purchase this book or download sample versions for your ebook reader.
(Pages 1-7 show above.)